'Als wijkagent doe je veel achter de schermen'
Zaterdag 4 augustus 2007 - ZEVENBERGEN - Toen Dré van Roomen zijn eerste communie deed, kreeg hij van ome Rinus een politiepet. "Man, dat vergeet ik nooit. Van de meesten kreeg ik geld, maar van ome Rinus die bij de politie was een echte politiepet.

Wijkagent Dré van Roomen voor het koffiehuis in
Langeweg. Hoe kleiner de kern, hoe socialer?.
Ik vond het geweldig! Daar kon al dat geld niet tegenop. Zeker, die pet heb ik nog altijd." Dré van Roomen wil er mee gezegd hebben dat hij al heel jong wist wat hij wilde: politieman worden. "Klopt, ieder jongetje wil politieman worden. Of bij de brandweer. Maar ik wist het heel zeker: politieman. Met iets anders hoefde je bij mij niet aan te komen."
De jongensdroom is uitgekomen. Dré van Roomen is alweer 28 jaar bij de politie, waarvan 26 jaar in Zevenbergen. "Ik heb zowat alles gedaan bij de politie. Vijf jaar recherche, bij de ME, opleidingen, noem maar op. Nu heb ik de mooiste baan bij de politie. Wijkagent Zevenbergen Centrum en Langeweg. Prachtig werk."
Van Roomen laat nooit na dat uit te dragen. Waar hij ook is. "Als je op een feestje bent en je zegt: ik werk bij de politie, dan komen de verhalen hoor. Dát moeten jullie eens doen of: we zien jullie nooit! Dan denk ik wel eens: jullie moeten eens weten wat wij allemaal doen. We zijn constant met de wijk bezig."
Dat is niet altijd zichtbaar op straat. Van Roomen weet dat ook wel. "Ik ben bijvoorbeeld een trouwe bezoeker van de zogeheten kerncontactavonden. Goed voor je netwerk. Je ontmoet en praat met de burgers en zo kom je te weten wat er leeft in de wijk. Achter de schermen doen we veel."
Tijden veranderen, dus ook wijkagenten. Van Roomen: "De wijkagent van vroeger is er niet meer. Bromsnor die door de wijk fietst en vermanend een vingertje opheft als hij iets ziet wat niet mag. Tegenwoordig is het heel belangrijk dat de krachten gebundeld worden. De burgers erbij betrekken, laten meepraten. Dan kom je een heel eind."
Een mooi voorbeeld is het buurtpreventieproject in de wijk Oud-Oost. Daar staken de burgers en de politie de koppen bij elkaar om de vele inbraken in de wijk een halt toe te roepen. Van Roomen is er hartstikke blij mee.
" Dat werkt goed. Heel goed zelfs. Het aantal inbraken is drastisch gedaald en de onrust is grotendeels weggenomen. Let wel: het is geen burgerwacht. Het zijn buurtbewoners die samen met de politie en de gemeente de handen ineen geslagen hebben."
Van Roomen noemt zichzelf daarom liever een regisseur. "Wij netwerken, schakelen de juiste mensen in en brengen die bij elkaar. Neem de woonstichting. Die nemen we wel eens mee naar plekken waar geklaagd wordt over de geringe verlichting in de donkere uurtjes. In brandgangen. Op die manier kun je elkaar aanvullen."
Hij heeft nog veel meer voorbeelden. "Ik neem ook deel aan het jeugdpreventie-overleg. Daar zit een straathoekwerker bij, iemand van jongerenwerk en van de gemeente. Zo zijn er nog meer projecten. Iedereen laat dan zijn deskundigheid schijnen over een bepaalde situatie. Samen weet je veel meer en kun je veel beter verbanden leggen. Je pikt sneller signalen op."
Bruggen slaan tussen de eilandjes. "Ook vroeger deed iedereen zijn best. Maar toen was er veel meer sprake van eilandjes. Door veel meer samen te werken, bereik je ook veel meer. Dat stelt mij in staat in een pril stadium een bepaalde situatie aan te pakken zodat het niet escaleert."
Elkaar helpen en bijstaan. Dré van Roomen heeft er een mooi voorbeeld van. "Natuurlijk is het altijd goed de politie te waarschuwen als er onraad is. Maar je kunt zelf ook het een en ander doen. Ik hoorde eens dat buren met elkaar afgesproken hebben dat ze bij onraad een bouwlamp aan de gevel aan doen. De buurman doet dat ook en zo gaat het de straat door. Binnen de kortste keren baadt die straat in het licht. En dat vinden inbrekers of andere mensen met snode plannen niet bepaald leuk. Ze hebben trouwens ook afgesproken dat bij degene die 'vals alarm' gaf, een borrel wordt gedronken. Goed voor de sociale contacten. Prima toch?"
Dré van Roomen is net verhuisd naar zijn geboorteplaats Roosendaal. Daarvoor woonde hij jarenlang in Zevenbergen waar ze hem als 'Dreke van de politie kennen.'.
"Ik ken iedereen van haver tot gort. O ja, ook in Langeweg. Daar kom ik een paar keer in de week. Ik vind het leuk dat die kern in mijn pakket zit om het zomaar eens te zeggen. Een dorp met amper 900 inwoners. Iedereen kent iedereen. Hoe kleiner de kern, hoe socialer."
In Zevenbergen is hij jeugdleider bij voetbalvereniging Virtus. "Als politie-agent probeer je midden in de maatschappij te staan. Bij de voetbal hoor ik het een en ander en soms word ik ook wel eens aangesproken. Hé Dreke, Nou ik je toch zie?.Niet erg, dat hoort erbij. Ik stap ook altijd even bij de Marokkaanse en Turkse gemeenschap binnen. Een beetje kletsen, kopje thee drinken. In het begin keken ze raar op en vroegen: wat is er aan de hand? Nu zijn ze het gewend en word ik hartelijk ontvangen. Dat contact met al die mensen vind ik prachtig. Daarom is dit de mooiste baan van de wereld."
Ik vond het geweldig! Daar kon al dat geld niet tegenop. Zeker, die pet heb ik nog altijd." Dré van Roomen wil er mee gezegd hebben dat hij al heel jong wist wat hij wilde: politieman worden. "Klopt, ieder jongetje wil politieman worden. Of bij de brandweer. Maar ik wist het heel zeker: politieman. Met iets anders hoefde je bij mij niet aan te komen."
De jongensdroom is uitgekomen. Dré van Roomen is alweer 28 jaar bij de politie, waarvan 26 jaar in Zevenbergen. "Ik heb zowat alles gedaan bij de politie. Vijf jaar recherche, bij de ME, opleidingen, noem maar op. Nu heb ik de mooiste baan bij de politie. Wijkagent Zevenbergen Centrum en Langeweg. Prachtig werk."
Van Roomen laat nooit na dat uit te dragen. Waar hij ook is. "Als je op een feestje bent en je zegt: ik werk bij de politie, dan komen de verhalen hoor. Dát moeten jullie eens doen of: we zien jullie nooit! Dan denk ik wel eens: jullie moeten eens weten wat wij allemaal doen. We zijn constant met de wijk bezig."
Dat is niet altijd zichtbaar op straat. Van Roomen weet dat ook wel. "Ik ben bijvoorbeeld een trouwe bezoeker van de zogeheten kerncontactavonden. Goed voor je netwerk. Je ontmoet en praat met de burgers en zo kom je te weten wat er leeft in de wijk. Achter de schermen doen we veel."
Tijden veranderen, dus ook wijkagenten. Van Roomen: "De wijkagent van vroeger is er niet meer. Bromsnor die door de wijk fietst en vermanend een vingertje opheft als hij iets ziet wat niet mag. Tegenwoordig is het heel belangrijk dat de krachten gebundeld worden. De burgers erbij betrekken, laten meepraten. Dan kom je een heel eind."
Een mooi voorbeeld is het buurtpreventieproject in de wijk Oud-Oost. Daar staken de burgers en de politie de koppen bij elkaar om de vele inbraken in de wijk een halt toe te roepen. Van Roomen is er hartstikke blij mee.
" Dat werkt goed. Heel goed zelfs. Het aantal inbraken is drastisch gedaald en de onrust is grotendeels weggenomen. Let wel: het is geen burgerwacht. Het zijn buurtbewoners die samen met de politie en de gemeente de handen ineen geslagen hebben."
Van Roomen noemt zichzelf daarom liever een regisseur. "Wij netwerken, schakelen de juiste mensen in en brengen die bij elkaar. Neem de woonstichting. Die nemen we wel eens mee naar plekken waar geklaagd wordt over de geringe verlichting in de donkere uurtjes. In brandgangen. Op die manier kun je elkaar aanvullen."
Hij heeft nog veel meer voorbeelden. "Ik neem ook deel aan het jeugdpreventie-overleg. Daar zit een straathoekwerker bij, iemand van jongerenwerk en van de gemeente. Zo zijn er nog meer projecten. Iedereen laat dan zijn deskundigheid schijnen over een bepaalde situatie. Samen weet je veel meer en kun je veel beter verbanden leggen. Je pikt sneller signalen op."
Bruggen slaan tussen de eilandjes. "Ook vroeger deed iedereen zijn best. Maar toen was er veel meer sprake van eilandjes. Door veel meer samen te werken, bereik je ook veel meer. Dat stelt mij in staat in een pril stadium een bepaalde situatie aan te pakken zodat het niet escaleert."
Elkaar helpen en bijstaan. Dré van Roomen heeft er een mooi voorbeeld van. "Natuurlijk is het altijd goed de politie te waarschuwen als er onraad is. Maar je kunt zelf ook het een en ander doen. Ik hoorde eens dat buren met elkaar afgesproken hebben dat ze bij onraad een bouwlamp aan de gevel aan doen. De buurman doet dat ook en zo gaat het de straat door. Binnen de kortste keren baadt die straat in het licht. En dat vinden inbrekers of andere mensen met snode plannen niet bepaald leuk. Ze hebben trouwens ook afgesproken dat bij degene die 'vals alarm' gaf, een borrel wordt gedronken. Goed voor de sociale contacten. Prima toch?"
Dré van Roomen is net verhuisd naar zijn geboorteplaats Roosendaal. Daarvoor woonde hij jarenlang in Zevenbergen waar ze hem als 'Dreke van de politie kennen.'.
"Ik ken iedereen van haver tot gort. O ja, ook in Langeweg. Daar kom ik een paar keer in de week. Ik vind het leuk dat die kern in mijn pakket zit om het zomaar eens te zeggen. Een dorp met amper 900 inwoners. Iedereen kent iedereen. Hoe kleiner de kern, hoe socialer."
In Zevenbergen is hij jeugdleider bij voetbalvereniging Virtus. "Als politie-agent probeer je midden in de maatschappij te staan. Bij de voetbal hoor ik het een en ander en soms word ik ook wel eens aangesproken. Hé Dreke, Nou ik je toch zie?.Niet erg, dat hoort erbij. Ik stap ook altijd even bij de Marokkaanse en Turkse gemeenschap binnen. Een beetje kletsen, kopje thee drinken. In het begin keken ze raar op en vroegen: wat is er aan de hand? Nu zijn ze het gewend en word ik hartelijk ontvangen. Dat contact met al die mensen vind ik prachtig. Daarom is dit de mooiste baan van de wereld."